Eigenlijk is een anker bij vallend water niet per se noodzakelijk. Als je je schip aan de grond vaart, kan het al snel geen kant meer uit. Maar als je van boord gaat en vóórdat je vlot komt moet je in ieder geval een anker uit hebben.
Eerst het vastvaren: met het stromende water om het schip is het moeilijk te zien of je schip blijft waar het is. Je kunt een achtergrondpeiling maken of aan de vaarboom op de waddenbodem aflezen of je stil ligt.
Soms kan het schip op de zeebodem geen houvast vinden en wordt het door de stroming en/of de wind steeds weer weg gezet. Je kunt dan gas geven om het schip weer vast te varen, maar als je pech hebt gebeurt het telkens weer. Het is dan handig om een anker uit te brengen.
Kijk bij de vaarboom naar welke kant je schip beweegt. Ga je naar voren, wacht dan even met ankeren, om te voorkomen dat je schip over het anker heen vaart. Wordt je naar achteren of dwars weggezet, dan kun je een anker laten vallen.